vrijdag 6 april 2012

De rest...

Na ons familie-avontuur reden we naar Jalalabad, waar we door Dinara en Meerin (ook familie van...) liefdevol werden opgevangen. Zij hadden een heel programma voor ons samengesteld, waaronder een bezoek aan het lokale kurort (Kyrgyzs voor kuuroord). Hier stroomde zwavelwater uit de berg, maar tot onze verbazing moest je hier niet in badderen, maar het opdrinken! Erg apart, maar Sinsia poepte nog dagen erg lekker.
Ze lieten ons ook een park zien, waar nog wat attracties stonden van net na de Russische Revolutie. Vanuit dit krakkemikkige en roestige reuzenrad hadden we een mooi uitzicht!
Twee jaar geleden waren Osh en Jalalabad het toneel van hevige rassenrellen tussen ethnische Kyrgyzen en Uzbeken. In drie dagen vielen honderden doden en duizenden gewonden en werden tienduizenden ontheemd. En nog steeds zijn er heftige spanningen. In Osh merkte je daar niet veel van, maar hier stonden nog uitgebrande gebouwen.
En dit is Sinsia met Dinara en dochtertje Amina in het huis waar ze samen met man Tilek woont. Weer heel wat anders dan in Osh, omdat ze in een oude Sovietflat wonen. Maar heel gezellige en lieve mensen, waar we tot 's avonds laat mee kletsten en bier dronken.
Na Jalalabad gingen we naar Arslanbob, een klein dorpje midden in de bergen. In Kyrgyzstan is de organisatie Community Based Tourism (CBT), die op lokale schaal toerisme bevordert. Ze betrekken de lokale bevolking bij duurzaam toerisme, iets dat erg goed werkt. Wij werden bij een gezin geplaatst waar we een grote kamer met houtkachel kregen en twee maaltijden per dag!
We maakten er een wandeling door het grootste walnotenwoud ter wereld onder leiding van een gids. In Kyrgyzstan woont slechts dertig procent van de mensen in de steden, dus al snel raakten we verzeild tussen de schapen en geiten.
Maar we kwamen al snel bij 'panorama' waar we een prachtig uitzicht hadden over het dorp en de omringende bergen.
Het was niet zomaar een wandeling. Neen! Het was een sneeuwschoenenwandeling! Bij het CBT hadden we sneeuwschoenen gehuurd, zestig jaar geleden gemaakt door de vader van de uitbater. Door die dingen kan je staan op de zachte sneeuw, die trouwens ook al aan het smelten was.
De wandeling bracht ons door het walnotenbos, het panorama en de twee watervallen die Arslanbob rijk is, waarvan dit de meest spectaculaire was. Tachtig meter hoog enzo.
Doordat de sneeuw aan het smelten was, ging de weg naar Bishkek weer open. Dit is een meer langs de weg. Erg mooi. Alleen al voor de plaatjes onderweg de moeite waard om te rijden.
En hierom was de weg dus dicht. Een aantal dagen hiervoor waren veel lawines geweest, waar een aantal mensen bij om was gekomen. Daar hadden de wegwerkers inmiddels weer gangen doorheen gegraven en konden we relatief veilig ons over de spekgladde weg en twee passen van meer dan 3000 meter hoog worstelen.
Op deze ijsvlakte op 2500 meter kwamen we Ben en Yu weer eens tegen. Dat was de vierde keer al (eerder Tehran, Samarqand en Bishkek) en precies op het goede moment, want de tandwielen van Yu waren vastgevroren, waardoor ze geen kant meer op konden. Ze waren ook nog eens erg moe, want ze waren de avond ervoor in een sneeuwstorm terecht gekomen, dus wij konden de reddende engel spelen!
Zo gezegd, zo gedaan, fietsen en Ben achterin, en Yu voorin en we brachten ze de hoogste pas over.
En daar lieten we ze weer vrij! Erg koud daar, in twee minuten was de handrem vastgevroren, maar gelukkig ging het steil naar beneden en kwamen wij en zij al snel in de sneeuwloze warmte. Later in Bishkek kwamen we ze weer tegen en hebben we lekker samen gegeten.
Bishkek is best een leuke stad. Er is niet heel veel te beleven, maar er is veel groen, het was er warm en er was dit Nationale museum, waar een hele verdieping was ingeruimd voor dit soort Stalinistische taferelen. Er is niet erg afgerekend met het Sovietverleden, overal staat Lenin nog de weg te wijzen en de communistische partij is er nog erg groot.
Na Bishkek maakten we een rondje om Issyk Köl, na het Titicaca meer het grootste bergmeer ter wereld. Mooi.
En het was er zo warm, dat we weer lekker in de bus konden slapen. Een paar keer bij het meer en een paar keer bij een pension.
Bij dit pension in Karakol had deze lieve hond net zeven puppies gekregen. Schattig!
Moskee in Karakol, waar we een paar uur met een kerel hebben zitten kletsen. Het was een hele mooie moskee, die eigenlijk meer op een Boedistische tempel leek.
We hebben een klein huis in Utrecht en in Kyrgyzstan slaapt iedereen op handig oprolbare matrassen, dus wij dachten: dat doen we ook! Dus we hebben een nieuw bed gekocht, (Thom, je mag de hoogslaper hebben/meenemen...), die we uitspreidden op onze bank/tafel. Het slaapt nu errug zacht, zo met een dubbel matras.
Petrogliefen bij Cholpon Ata, ook aan het meer.
En dit is dan het ochtendentertainment. Een kudde schapen bij de bus!
Lenin op gebouw.

zondag 25 maart 2012

Chai korok

Na Uzbekistan bedachten we ons dat we, nadat dat door de regering van dat land ons onmogelijk werd gemaakt, meer met de lokale bevolking in contact wilden komen. In Kyrgyzstan begaven we ons in de wereld van het couchsurfen. Zoek maar uit wat dat is, voor de mensen die dat niet weten.
We zochten contact met een aantal hosts, en Bagdagul wilde ons wel een paar nachten bij haar en haar familie herbergen. Die paar nachten werden uiteindelijk een week. En het is tot nu toe beste week van onze reis geweest.
Om onze Kirgizische vrienden ook mee te laten genieten bevat deze uitgave Engelse ondertiteling...

When we left Uzbekistan we decided we wanted to meet more of the local population, because this was made impossible by the Uzbek government. In Kyrgyzstan we plunged into the whirlpool called 'couchsurfing'. Google that, for the people who don't know what this is.
We contacted a couple of hosts and Bagdagul was willing to let us stay with her and her family for a couple of nights. Those few nights turned into a week, and until now, this has been the best week of our trip.
With this blog we will provide free English subtitles, so our Kyrgyz friends can enjoy it too.
Als je met een nieuwe familie in contact komt, moet je elkaar natuurlijk leren kennen, dus een groot gedeelte van het gezin schoof aan bij onze trouwfoto's. Van links naar rechts: Nagima (de jongste), Mayram (mams), Sagina (het één na oudste kind), Bagdagul en Sinsia. Dit is in de woon/slaapkamer in het huisje naast het grote huis, dat in de winter gebruikt wordt omdat het makkelijker te verwarmen is. Het huis stond in Ozgur , een dorpje vlakbij Osh, zonder stromend water en gas, maar wel met elektriciteit. Warmte werd vooral met hout opgewekt (daar wordt ook op gekookt) en poepen deden we in het sekreet achter in de tuin.

When you meet new people, you have to get to know each other, so a big part of the family took a look at our wedding pictures. From left to right: Nagima (the youngest), Mayram (mum), Sagina (the second oldest kid), Bagdagul and Sinsia. This is in the living/bedroom in the small house next to the big one, which is used in winter because it's easier to keep warm. The house was in …., a village near Osh. There was only electricity and no running water and gas. Heat was generated with wood and we took a dump in the outhouse in the garden.
De kinderen waren erg lief. Hier leerde Sinsia Aitegin (de oudste), Sagina en Nagima hinkelen. Ze waren ook erg leergierig: Aitegin is nu waarschijnlijk de beste van de klas in tot twintig tellen in het Engels en ook de topografie van de hele wereld is doorgenomen.

The kids were very sweet. Sinsia taught Aitegin (the eldest), Sagina and Nagima how to play 'hinkelen'. They were also very eager to learn new things: Aitegin practiced counting to twenty in English and together we did some topography lessons.
Op vrijdag moest Bagdagul werken, maar op zaterdag liet ze ons Osh zien. Dit is op een berg midden in de stad, waar volgens de overlevering de profeet Mohammed gebeden heeft. Bij een grot deden we mee met een gebed, dat geleid werd door een vrouw. Dat komt weinig in de Islam, dus dat was erg bijzonder om te zien. (Het was niet het traditionele gebed, maar meer een dankbede, dus zonder het bekende zitten en opstaan.)
Wij verlieten het pad om door de amandel boomgaard te struinen en berggeit (Ichki) Bagdagul de berg op te zien stuiven.

On Friday Bagdagul had to work, but on Saturday she showed us around in Osh. This is on a mountain in the centre of the city, where according to some traditions the prophet Muhammad once prayed. Near a cave we participated in an prayer, led by a woman. This is not often seen in islam, so it was very special to witness. (It was not the traditional prayer, but a kind of thank saying, so without the well-known kneeling.)
We left the path to wander through a almond grove and to see mountain goat (Ichki) Bagdagul run to the summit.
Even later bezochten we de bazaar, één van de grootste die we tot nu toe hadden gezien. En dan vind je jezelf ineens gitaar spelend terug in container/muziekwinkel. We kregen een gratis concert van de uitbaters.

A while later we visited the bazar, one of the largest we saw until now. And all of a sudden Joris was playing guitar in a music shop. The owners played us a free concert.
Van deze familie zijn we nu onderdeel. Familie is hier in Kyrgyzstan heel belangrijk en ze zijn heel hecht. In het dorp woonden nog meer familie, en de kinderen zijn eigenlijk van iedereen. In de week dat we daar waren, was er maar één nacht dat alle kinderen thuis sliepen. Er werd flink gerouleerd.
Van links naar recht: Aitegin, Joris, Rahila (de één na jongste), Sinsia, Sagina, Mayram, Nagina, Bagdagul en Sydyk (paps).

This is the family we are now part of. Family is very important in Kyrgyzstan, and people are very close. In the village lived a lot of brothers and sisters of Sydyk, and the childeren seem to be the responsibility of the whole family. While we were visiting, only one night all the childeren slept at home.
Natuurlijk kochten we cadeautjes voor de kids. Een voetbal voor Aitegin (hij is voor Real Madrid, Joris voor Barcelona, dus dat leverde leuke discussie en stoeipartijen op), haarspeldjes voor Sagina en Rahila en een vel vol stickers voor Nagima, die gelijk op alles en iedereen geplakt werden. Hilariteit alom, natuurlijk.

Of course we bought the kids some presents. A football for Aitegin (he supports Real Madrid, Joris supports Barcelona, which made for some good discussions), hair clips for Sagina and Rahila en stickers for Nagima, which were stuck to everything and everyone.
Op zondag gingen we de bergen verderop in. De hele familie begaf zich in de auto en hotsend en botsend over de onverharde, slechte weg reden we verder het dal in. 

On Sunday we went to the mountains near the village. The whole family got into the car and we bumped on the bad roads further into the valley.
We kwamen uit bij een prachtige kloof, en berg die we met z'n allen beklommen.

We arrived at a beautiful gorge and mountain, which we climbed with the whole family.
De regen die die middag viel, veranderde 's nachts in sneeuw. In één nacht viel er ruim twintig centimeter. Als het sneeuwt in het dorp, loopt het boerenleven ook een beetje vast. De kinderen konden niet naar school, dus het enige wat we konden doen, waren wat kleine klusjes. Joris zaagde brandhout en Sinsia maakte boter van....

De rain of the afternoon turned into snow at night. Twenty centimeters of the cold white stuff fell in one night. In the village snow means that life slows down. De children could not go to school and there were only some small tasks to do. So Joris sawed some fire wood and Sinsia made butter from...
...de net gemolken melk. Kaymak noemen ze het en het smaakte erg goed. We hebben er een bakje van meegekregen en genieten er nog steeds van bij de lunch.

… fresh milk. They call it kaymak, and it tasted very good. When we left, Mayram gave us a little for on the road. We still enjoy it very much.
Topografieles van Joris aan Aitegin.

Some lessons of topography.
Op maandag ontplofte er een transformatorhuisje, waardoor er twee dagen geen stroom was. De enige licht- en warmtebron die we nog hadden was vuur, maar dat levert natuurlijk wel mooie plaatjes op.

On Monday electricity went down, which left us with only fire as a source of light and warmth. Of course it makes for some nice pictures.
In Kyrgyzstan wordt het begin van de lente groots gevierd. Ze noemen het No Ruz (nieuwe dag) en vrienden en familie komen bij elkaar om te dansen en te eten, en vooral om sumöluk te maken. Dat is een een soort graan-/suikerpap, het duurt van 's ochtends vroeg tot middernacht om te maken. Het belangrijkste is dat er constant in geroerd wordt, een taak die wordt afgewisseld. Tijdens het roeren doe je een wens (of twee, of drie).
Wij waren uitgenodigd bij vrienden van Sydyk en Mayram, en we werden als ware eregasten onthaald. Van alle kanten kregen we wensen en cadeautjes en we mochten aan tafel op de ereplaatsen zitten.

In Kyrgyzstan the start of spring is a big event. It is called No Ruz (new day) and family and friends come together to dance and eat, and most of all to make sumöluk. This is some kind of wheat-/sugar pudding, and it takes from early morning to midnight to make it. The most important thing is that it is constantly stirred, a task that is rotated. While stirring, you make a wish (or more).
We were invited at friends of Sydyk and Mayram, and we were received as guests of honour. We got good wishes and presents and were placed at the best seats at the dinner table.
Bidden tijdens het roeren.

Praying while stirring.
Omdat niet iedereen de hele tijd kan roeren, wordt er tussendoor door de vrouwen gegeten en gezongen en door de mannen vodka gedronken. Joris mocht gelukkig bij de vrouwen zitten.
Het eten was een belevenis op zich. Als hoogtepunt werd een 'eend' binnen gedragen (over vlees eten deden we maar niet te moeilijk). En hoewel het ding qua vorm wel enigszins op eend leek, hadden we al vrij snel door dat het hier niet om een gevederde vriend ging. Bagdagul zag onze verwarde blikken en lichtte ons snel in dat de 'eend' in kwestie gemaakt was van gevulde schapendarm. Slik. Maar je bent eregast of je bent het niet, en dus namen we voorzichtig een hapje. Tot onze verbazing was het best lekker (als we even vergaten wat het was).

Because not everyone can stir the whole time, in the meantime the women eat and sing, and the men drink vodka. Luckily, Joris was allowed to sit with the women. The food was another adventure. As the highpoint of the meal, a 'duck' was served (eating meat is unavoidable in Kyrgyzstan). Although it vaguely resembled a duck, we quickly deduced it wasn't. Bagdagul saw our confused looks and informed us they were acually stuffed sheep intestines. Gulp. But we were guests of honour, so we took a curious bite, and it was actually pretty good (if we momentarily forgot what it was made of).
In de stad waren ook festiviteiten, dus daar gingen we ook een kijkje nemen. Helaas was het feest al afgelopen, maar Rahila en Nagima kregen toch een ballon en wij kregen een cadeau van vrouwen in een yurt. Dus toch maar goed dat we even gegaan waren.

There were also festivities in the city, so we decided to take look. Unofrtunatly the party was already over, but Rahila and Nagima got a nice balloonand we got a gift from some women in a yurt. So going had been a good decision.
Terug bij het feest werden we snel weer aan tafel gezet. Dit was pas het officiële diner, dus de vrouwen kleedden zich extra mooi en traditioneel. Sommige mannen ook.

Back at the party we were served another meal. This was the official dinner, so the women dressed up traditionally. Some men did too.
Er werd gezongen, gebeden, gegeten en nog meer gegeten. En heel veel gelachen, want Kyrgyzen maken heel veel grappen en er wordt heel veel goedaardig geplaagd. Eén van de tradities was om een kopje door te geven. Degene die het kopje kreeg moest een volksliedje zingen, al dan niet begeleid door de ingehuurde accordeonspeler. Ook wij moesten eraan geloven; Sinsia zong 'Zie ginds komt de stoomboot' en Joris zong 'Zeven dagen lang'.

There was a lot of singing, praying, eating and more eating. And we laughed a lot, cause Kyrgyzs people joke a lot and there is a lot of friendly teasing. One of the traditions was to pass along a cup or a bowl. Whoever got the cup had to sing a folksong, sometimes accompanied by the hired accordeonplayer. We of course had to sing one too; Sinsia sung 'Zie ginds komt de stoomboot' and Joris 'Zeven dagen lang'.
Na het diner werd er nog even geroerd. Vooral Bagdagul roerde lang, want ze had veel wensen. Het was tijd om naar huis te gaan, maar niet voordat we nog meer gelukwensen ontvingen en werden uitgenodigd om de volgende ochtend bij het onthullen van de sumöluk aanwezig te zijn.

After dinner there was some more stirring. Bagdagul took her time, because she had a lot of wishes. It was time to go home, but not before we received more good wishes and were invited to join the revealing of the sumöluk the next morning.
En tada! De sumöluk! De vrouwen hadden speciaal op ons gewacht en er werd eerst natuurlijk een gebed gezegd, in het Arabisch door de man des huizes en in Kyrgyzs door de oudste vrouw.

Tada! The sumöluk! The women waited especially for us. First there was a prayer, in Arabic by the head of the household and in Kyrgyz by the eldest woman.
Aan de tekening van het opgedroogde laagje konden de vrouwen zien dat de oogst van komend jaar goed zal zijn.

By the figures of the dry bit on top, the women could see it would be a good harvest, the coming year.
Tijd om de sumöluk te verdelen.

Time to distribute the sumöluk.
En te proeven, natuurlijk! Hij smaakte erg lekker en ook wij kregen een flinke pot mee in de bus. Na met een brok in onze keel afscheid te hebben genomen van Bagdagul en de familie reden we moe maar voldaan de nieuwe lente in.

And to taste it, of course. It wasvery good and we got a large jar to take in our bus. After saying goodbye to Bagdagul and the family, with a lump in our throat, we drove into the new spring!

woensdag 14 maart 2012

Bazaars, zijde en sovjetflats


 Turkmenistan


Tsja, Turkmenistan. Raar land. De officiële slogan van de absolute heerser is: 'Eén volk, één land, één leider'. Waar doet je dat aan denken...
Omdat we maar drie dagen kregen om door het land heen te komen, hebben we er niet zoveel van gezien. Daarbij kwam dat de wegen echt abominabel slecht zijn, vooral het stuk rond hoofdstad Ashgabat. Dus we hadden haast. Maar er waren toch wel wat hoogtepunten/dingen die ons opvielen.
Allereerst waren dat de idiote gebouwen, waarvan dit een bescheiden voorbeeld was.

Ashgabat is een rare stad.
Heel Ashgabat staat vol met dit soort marmeren monumenten en regeringsgebouwen. Er zijn gigantische boulevards met gigantische flats, waar niemand in woont. Op die flats hangen gigantische beeldschermen, waar overdag beelden van bloemen en bergen en 's avonds beelden van Ashgabat te zien zijn. En er is verder niemand op straat, alleen politie, die je belet om foto's te nemen van al die pracht en praal. En de mensen die er wonen mogen blij zijn als ze stromend water hebben.

Eén voordeel van het land is dat Sinsia haar hoofddoek weer af mocht! Blij!
Haar! Zon! Wind!
 Van de douane kregen we ook een Travel Permit met daarop precies de weg aangegeven die we mochten bereizen. Maar daaraan lag gelukkig één UNESCO-ding, namelijk Merv, een ruïne van een hele grote stad uit de hoogtijdagen van de zijderoute. Dus rebels als we zijn, weken we vijf kilometer van de route af om dit te gaan bekijken.
Tombe van een sultan (maar hij ligt hier niet echt....)
 Er was niet echt veel van de stad meer over, maar met hulp van de Turken was een aantal dingen gerestaureerd. Dit is een tombe van de één of andere sultan. We konden trouwens een heleboel Turkmeens herkennen, want dat lijkt heel erg op Turks.
De eerste nacht in Turkmenistan brachten we door op een truckersparkeerplaats. De tweede nacht bij een wegrestaurant, gerund door dit Russische gezin/familie. Hele lieve mensen waar we een avond mee hebben zitten keuvelen in gebaren-/plaatjestaal.
Met onze Russische/Turkmeense vrienden.
We dronken hier ook onze eerste unit alcohol sinds Iran! En dan ook nog dat lekkere Efes-bier, uit Turkije. Mjam! Het was ook heel verfrissend om weer gewoon haar te zien bij vrouwen.
Wat dus opviel aan Turkmenistan waren de slechte wegen, de idiote gebouwen, vriendelijke Russen en de beeldschone meisjes (daar helaas geen foto van). Na twee en een halve dag hobbelen bereikten we de grens (niet aangegeven op de borden, maar na twintig kilometer verkeerd rijden en tien keer de weg vragen toch gevonden) met Uzbekistan.


Uzbekistan

Het verschil tussen Iran en Uzbekistan is gigantisch, vooral als je na de grens in Bukhara aankomt. Het contrast was zelfs zo groot dat we een ware cultuurshock beleefden. Voor toeristen is het hier lastiger reizen en er is veel meer armoede, dan in Iran. De eerste week waren we dan ook een beetje chagrijnig. Uzbekistan is namelijk enorm toeristisch. Als mensen in Iran ons aanspraken, wilden ze een praatje maken. Als mensen in Uzbekistan ons aanspraken, vooral in Bukhara en Samarqand, wilden ze iets van ons (iets verkopen/gids zijn). En alles was hier veel duurder, toeristen betalen vaak tien keer zo veel als Uzbeken. Dat irriteerde, maar toen we er eenmaal aan gewend waren, vonden we het best leuk, hier. Het enige dat echt jammer is, is dat we niet in de bus mogen slapen. Als toerist moet je je registreren, via een hotel. Helaas.
Het geld in Uzbekistan ziet er echt obsceen uit. Sowieso moet je alles hier op de zwarte markt wisselen, de koers is daar beter dan de officiële. Maar het grootste briefje is die van duizend Som, dat ongeveer dertig cent waard is. Dus zo ziet honderd dollar er in Som uit:
Bukhara

Bukhara is een prachtige UNESCO-stad. Het hele centrum staat vol met madrassa's en moskeeën.
De grote moskee + minaret in Bukhara.
 Helaas zijn die madrassa's wel helemaal volgepakt met souvenirkraampjes die vooral handwerk en rotzooi verkopen. Het handwerk was wel mooi, maar erg duur en we moesten er weer helemaal aan wennen dat we de kraampjes in werden gelokt, zonder thee te krijgen!
De mensen in Uzbekistan, op de bazaar en in de winkels, zien er behoorlijk traditioneel uit. Lange gekleurde jassen en grappige vierkante hoedjes zie je hier overal. Er woont in Uzbekistan een mix van Uzbeken, Tajieken, Russen, Duitsers en Koreanen, dus eigenlijk zie je alle soorten mensen wel voorbij komen.
Jochies in traditionele jassen.
Bij de grens van Iran naar Turkmenistan kwamen we Umberto tegen, met wie we ook in de rij hadden gestaan voor de Turkmeense ambassade in Tehran. We gaven hem een lift naar Ashgabat en vervolgens kwamen we hem in Bukhara weer tegen, waar we samen een stadswandeling maakten. Uiteindelijk zijn we in Uzbekistan alle buitenlanders die bij de ambassade in de rij stonden weer tegengekomen.
Lunchen met Umberto en gids.
De koekjes in Uzbekistan zijn erg lekker en je kan ze op elke straathoek kopen!


Samarqand

Na een paar dagen Bukhara reden we over de redelijke wegen naar Samarqand, de tweede zijderoutestad in Uzbekistan. Samarqand was heel anders, het was een echte Soviet stad, met hier en daar nog een mooi monument.
De madrassa's van Registan (Samarqand).
 Hier vroeg een agent ons of we een exclusief bezoekje aan de minaret wilden brengen. We moesten hem dan wel twintig dollar per persoon toeschuiven. Dus we zeiden: “Nee, bedankt...”. Verderop was een minaret die je voor 2000 Som kon beklimmen. Beter.

Omdat in Samarqand zelf niet gek veel te doen was, besloten we Elois en Vincent, twee Franse jongens die net een jaar in Nieuw Zeeland gewoond hadden en op weg terug Kirgizië, Uzbekistan, Iran en Turkije aandeden, te vergezellen in hun zoektocht naar een suzani. Dat is een met de hand geweven en geborduurd kleedje van zijde. Daar gingen we voor naar de bazaar van Urgut, een plaatsje verderop, waar de suzani goedkoop waren. Vincent en Elois werden direct besprongen door  alle plaatselijke verkopers. Wij keken geamuseerd toe.
'Suzani?'
Wij kochten op de bazaar een riem en tandpasta. Onderhandelen is leuk!

Helaas hadden we in Samarqand het meest last van onze cultuurschok, dus bleef Joris even in het hotel en ging Sinsia er alleen op uit. Op haar toch maakte ze deze foto's:
Schapen.
Tombes van belangrike mensen.
Moskee = schoenen uit!
Met de Fransen bezochten we ook nog de tombe van Al-Bukhari, één van de belangrijkste verzamelaars van de hadith (geschriften en vertellingen over de profeet Mohammed). Vooral voor Sinsia en Vincent erg speciaal, voor Sinsia om bekende redenen, voor Vincent om dat hij net bekeerd was tot de islam.
Graf van Al Bakhari.
Brood wordt zo rondgebracht en verkocht vanuit kinderwagens met dekens eroverheen om het warm te houden.
Tashkent

Tashkent is de hoofdstad van Uzbekistan. Niet echt mooi, maar wel vriendelijk. Hier begon onze cultuurschok te verdwijnen.
In Oh, the glory of it all vertelt auteur Sean Wilsey hoe zijn moeder (tijdens de koude oorlog) met de organisatie Childeren as Teachers of Peace vrede probeert te krijgen tussen de Soviet Unie en de Verenigde Staten. Stomtoevallig kwamen we in Tashkent een monument tegen van die club.
Goed punt.
Totaal bizarre organisatie, de moeder was manisch-depressief, en een totaal bizar monument. De tegeltjes werden gemaakt door kinderen uit Seattle en Tashkent en bevatten vredesboodschappen als 'Peace and Love', 'Ah Life!', 'I Love horses', en 'Led Zeppelin'. Geinig om te zien.

En er was vlakbij het hotel (veel te duur, onaardige mensen, maar wij hebben ze opgelicht!) een leuke bazaar
Chorsu Bazaar in Tashkent.
 Het hoogtepunt van Tashkent was echter ons bezoek aan het ballet. Het was heel goedkoop (10.000 Som = drie euro) en het was erg plezant om te zien. Het orkest was niet erg zuiver en de timing van de dansers niet optimaal, maar met vallen en opstaan worstelden ze zich door de voorstelling heen. En de solisten waren wel goed. Bovendien was de sfeer heel informeel, mensen riepen oe en aa en klepten en klapten er doorheen. Dus dat was erg leuk.
Piraten-ballet.
Daarna aten we heerlijk bij één van de vele Koreaanse restaurants (Koreanen door Stalin gedeporteerd naar Uzbekistan) die Tashkent rijk is.

Fergana vallei

We verlieten Tashkent richting Osh in Kirgizië, en ondertussen brachten we nog wat tijd in de Fergana vallei door, een grote vlakte tussen de weinige bergen die het land rijk is. Het eerste stadje dat we aandeden was Kochand. Ons plan was daar de nacht door te brengen, maar helaas was de keuze in hotelkamers schaars: veertig dollar voor een kamer zonder elektra en water, of een veelvoud daarvan voor een kamer met al deze luxe. Nee bedankt. Even verderop lag Fergana, waarvan wij gehoord hadden dat er veel b&b's waren. Op één na (waar we helaas niet konden slapen) waren die onvindbaar, met als resultaat dat we nu in een hotel zitten dat eigenlijk nog niet af is. Veertig dollar. Maar wel met een douche!
Ingang van ons hotel.
 In Fergana zelf is niet zoveel te beleven. Natuurlijk is er een bazaar, en een erg leuk cafeetje met heerlijke koffie, maar daar houdt het wel op. Even verderop ligt echter Margillon, zijde-hoofdstad van de regio. Eén van de fabrieken daar is open voor publiek, en dus gingen we daar een kijkje nemen. Als eerste toeristen van het seizoen, werden we langs het hele productieproces geleid, van het uithalen van de cocon to het weven van de sjaals/tapijten/suzani.
Cocons uithalen en spinnen.
Zijde verven. Leuk: toen we er waren, probeerden ze net een nieuwe techniek uit!
En met de hand een lap weven!

Morgen gaan we nog even terug naar Margillon om de legendarische bazaar aldaar te bezoeken, waarna we Kyrgyzië intrekken. Eindelijk weer lekker in ons busje slapen!